In het kort
- Bij Spreken beantwoord je ongeveer 25 minuten (maximaal 30) opdrachten op de computer, met koptelefoon en microfoon; bij programma II komt er één lange opdracht van 2 minuten bij.
- Twee beoordelaars luisteren los van elkaar naar elke opdracht en letten onder meer op inhoud, woord- en zinsvorming, woordenschat, uitspraak en tempo.
- Wie alleen voorleest of niet doet wat de opdracht vraagt, krijgt voor de inhoud maximaal 1 punt.
- Je bent geslaagd met een vaardigheidsscore van 500 of hoger; een vast aantal punten of een percentage bestaat niet.
Spreken is een van de vier onderdelen van het Staatsexamen NT2. Je praat tegen een computer, niet tegen een persoon. In deze gids lees je hoe het examen gaat, wat het verschil is tussen programma I en II en waar de beoordelaars op letten. Alles komt uit de officiële regels van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) en van staatsexamensnt2.nl.
Hoe gaat het examen Spreken?
- Je werkt op een computer, met een koptelefoon en een microfoon.
- Elke opdracht staat op het scherm en wordt ook voorgelezen. Je kunt meelezen. Je antwoord wordt opgenomen.
- Het examen duurt ongeveer 25 minuten, maximaal 30.
- Je kunt niet teruggaan, niet pauzeren en je antwoord niet terugluisteren.
- Een woordenboek mag je bij Spreken niet gebruiken.
De opdrachten gaan over werk, opleiding en het dagelijks leven. Vaak zie je een of meer tekeningen. Soms vraagt de opdracht om je mening.
Programma I en II: de opbouw
| Programma I (B1) | Programma II (B2) | |
|---|---|---|
| Korte opdrachten | 8 | 4 |
| Middellange opdrachten | 8 | 8 |
| Lange opdracht | geen | 1 |
| Duur | ongeveer 25 minuten (maximaal 30) | ongeveer 25 minuten (maximaal 30) |
Per soort opdracht heb je een vaste tijd om na te denken en om te spreken:
| Soort opdracht | Voorbereiden | Spreken |
|---|---|---|
| Kort: je geeft een kort antwoord | 5 seconden (alleen bij een opdracht met een plaatje) | 20 seconden |
| Middellang: je geeft een langer antwoord | 15 seconden | 30 seconden |
| Lang (alleen programma II): je praat over een onderwerp | 2 minuten | 2 minuten |
Hoe wordt Spreken beoordeeld?
Twee beoordelaars luisteren los van elkaar naar elke opdracht. Zo nodig kijkt er een derde. Aan één examen werken gemiddeld minstens 10 verschillende beoordelaars. Je punten zijn het gemiddelde van hun oordelen.
Eerst kijkt de beoordelaar of er iets te beoordelen is. Dat is niet zo als je niets zegt, als je geen verstaanbaar Nederlands antwoord geeft dat bij de opdracht past, of bij een technisch probleem. Daarna let de beoordelaar op deze punten:
- Inhoud: geef je antwoord op de vraag en doe je wat de opdracht vraagt?
- Woord- en zinsvorming: maak je goede zinnen, met de goede vormen van woorden?
- Woordenschat: gebruik je woorden die bij het onderwerp passen?
- Uitspraak: is je Nederlands goed te verstaan?
- Tempo: hoe vlot spreek je?
- Coherentie: hangt je verhaal goed samen? Dit telt alleen bij de lange opdracht van programma II.
Inhoud telt altijd. Bij een korte opdracht telt daarnaast woord- en zinsvorming óf woordkeus; je haalt dan maximaal 2 punten. Bij een middellange opdracht tellen ook altijd woord- en zinsvorming, plus een of meer van woordenschat, uitspraak en tempo. Bij de lange opdracht tellen alle zes de punten.
Je hoeft niet foutloos te spreken: een paar fouten mogen. De regels zien een lidwoord, verkleinwoord of meervoud als kleine fouten. Een verkeerde werkwoordsvorm, een verkeerde woordvolgorde of het weglaten van ‘het’ zijn andere fouten. En vraagt de opdracht om je mening? Dan kijkt de beoordelaar niet of je argument ‘klopt’. Een reden die een ander vreemd vindt, kan voor jou een prima reden zijn.
Tips die uit de regels volgen
- Lees niet alleen voor. Wie alleen de tekst van het scherm voorleest, krijgt voor inhoud en voor woord- en zinsvorming maximaal 1 punt. Zeg het in je eigen woorden.
- Doe wat de opdracht vraagt. Moet je iets beschrijven, een instructie geven of je mening geven? Geef je een beschrijving terwijl om een instructie wordt gevraagd, dan krijg je voor inhoud maximaal 1 punt.
- Zeg altijd iets in het Nederlands. Zonder antwoord valt er niets te beoordelen. Een kort, eenvoudig antwoord dat bij de vraag past, is beter dan niets.
- Gebruik je spreektijd. Langer praten dan twee zinnen wordt niet bestraft. Noem de hoofdzaken én de belangrijke details.
- Telefoongesprek? Je hoeft je meestal niet voor te stellen, tenzij de opdracht dat vraagt.
- Oefen onder examenomstandigheden. Oefen hardop, zonder pauze, en neem jezelf op. Let vooral op werkwoordsvormen en woordvolgorde.
Uitslag, herkansen en inzage
Je punten worden omgerekend naar een vaardigheidsscore. Met 500 of hoger ben je geslaagd. Elk examen is anders, dus per examen is een ander aantal punten nodig voor 500. Een vast aantal punten of een percentage bestaat daarom niet. De uitslag is ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’ en komt ongeveer 3 tot 7 weken na het examen online. Je krijgt hem ook per e-mail en per post.
- Niet gehaald? Je kunt je pas opnieuw aanmelden als je de uitslag hebt. Je betaalt opnieuw examengeld per onderdeel. Het examenreglement noemt geen maximum aantal pogingen. Onderdelen die je al hebt gehaald, blijven geldig.
- Inzage: je ziet de vragen niet terug. Wel bewaart het CvTE je examen 6 maanden. In die tijd kun je schriftelijk vragen om te controleren of je examen goed is verwerkt.
- Verliep het examen niet eerlijk of niet goed? Vraag dan uiterlijk 3 weken na het examen schriftelijk om een maatregel, via nt2@duo.nl.
Aangepast examen: meer tijd
Heb je een beperking of persoonlijke omstandigheden, zoals dyslexie? Dan kun je een aangepast examen aanvragen. Geef dat aan bij het aanmelden; daarna is een document van een specialist nodig. Spreken duurt dan ongeveer 35 minuten in plaats van 25. Je krijgt per opdracht meer tijd: bij een korte opdracht 8 seconden voorbereiden en 40 seconden spreken, bij een middellange 25 en 60 seconden, en bij de lange 3 en 4 minuten. Het aangepaste examen kan op een andere datum of plaats zijn.
Op de examendag
- Neem je oproepbrief en een geldig legitimatiebewijs met pasfoto mee. Zonder geldig bewijs kun je geen examen doen.
- Wees een half uur eerder aanwezig om je aan te melden. Kom je te laat, dan mag je de examenzaal niet meer in.
- Je telefoon, horloge en andere apparaten gaan uit en in een kluis. Een eigen pen of papier mag niet: je krijgt een pen en kladpapier.
- De examenleider vraagt je je oren te laten zien, om te controleren of je geen oordopjes in hebt.
Gratis officieel oefenen
Het CvTE heeft een gratis oefenomgeving, zonder inlog: oefenexamensnt2.nl. Daar vind je losse spreekopdrachten voor programma I en II en complete examens. Uitleg staat op staatsexamensnt2.nl. Bij het oefenen kun je pauzeren en terugluisteren, bij het echte examen niet. Oefen dus ook een keer zonder te stoppen.
Oefenen met feedback
Een cursus is niet verplicht voor het staatsexamen, maar kan wel helpen om de taal goed te leren. Wil je weten hoe jouw antwoorden klinken voor iemand die op dezelfde punten let als de beoordelaars? Bij TaalPro kun je in de lessen of in privéles spreekopdrachten oefenen en feedback krijgen van een docent.