Bijvoorbeeld: Staatsexamen, KNM, prijs, MVV

    Meld je aan

    Gids

    Staatsexamen NT2 Schrijven: opbouw en beoordeling

    Gecontroleerd met officiële bronnen op 24 september 20266 min lezen

    In het kort

    • Bij Schrijven typ je in 100 minuten zinnen en teksten op de computer, zonder spellingscontrole en met alleen het papieren Van Dale Pocketwoordenboek NT2 als hulpmiddel.
    • Twee beoordelaars kijken elke opdracht los van elkaar na; altijd op adequaatheid (doet je tekst wat de opdracht vraagt?) en grammatica, soms ook op spelling, samenhang en woordgebruik.
    • Neem je een hele zin letterlijk over uit de opdracht, dan krijg je voor die zin 0 punten.
    • Je bent geslaagd met een vaardigheidsscore van 500 of hoger; een vast aantal punten of een percentage bestaat niet.

    Schrijven is een van de vier onderdelen van het Staatsexamen NT2. Je typt zinnen en teksten op de computer, bijvoorbeeld een e-mail. In deze gids lees je hoe het examen gaat, wat het verschil is tussen programma I en II en hoe de beoordelaars je tekst nakijken. Alles komt uit de officiële regels van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) en van staatsexamensnt2.nl.

    Hoe gaat het examen Schrijven?

    • Het examen duurt 100 minuten, bij programma I en bij programma II.
    • Je typt je antwoorden op een computer met een qwerty-toetsenbord, ingesteld op ‘VS Internationaal’ en de taal Nederlands.
    • Er is geen spellingscontrole. Je let dus zelf op je spelling.
    • Je kiest zelf in welke volgorde je de opdrachten maakt.
    • De opdrachten gaan over werk, opleiding en het dagelijks leven.

    Woordenboek: je mag alleen het papieren Van Dale Pocketwoordenboek NT2 gebruiken. Er mogen geen briefjes of aantekeningen in zitten, en je mag het niet lenen van een andere kandidaat. Elektronische hulpmiddelen zijn verboden. Een Prisma-woordenboek mag niet meer. De examenleider controleert je woordenboek.

    Programma I en II: de opbouw

    Soort opdracht Wat je doet Programma I (B1) Programma II (B2)
    Zinsopdracht Eén zin schrijven of een zin afmaken 8 7 of 8
    Kort bericht, tekst aanvullen of formulier Een kort bericht schrijven, een tekst aanvullen of een formulier invullen 2 –
    Korte tekst Een korte tekst schrijven 2 1 of 2
    Middellange tekst Een langere tekst, bijvoorbeeld een probleem beschrijven en een voorstel doen – 1 of 2

    Hoe wordt Schrijven beoordeeld?

    Twee beoordelaars kijken elke opdracht los van elkaar na. Zo nodig kijkt er een derde. Aan één examen werken gemiddeld minstens 10 verschillende beoordelaars. Je punten zijn het gemiddelde van hun oordelen.

    Bij elke opdracht letten ze op twee dingen:

    • Adequaatheid: doet je tekst wat de opdracht vraagt, staat alles erin wat gevraagd wordt en is je tekst begrijpelijk? Bij teksten levert dit de meeste punten op.
    • Grammatica: zijn je zinnen grammaticaal goed?

    Bij teksten tellen soms ook spelling, samenhang en woordgebruik mee. Bij programma II komen daar opbouw en tekstverzorging bij. Tekstverzorging gaat over de opmaak (witregels, tussenkopjes) en de leestekens (hoofdletters, punten, komma’s, vraagtekens).

    Staan alle gevraagde onderdelen in je tekst, dan gaat de beoordelaar voor adequaatheid uit van een middenscore. Een zinsopdracht levert maximaal 2 punten op; teksten leveren meer op, en de middellange tekst van programma II het meest.

    Je hoeft niet foutloos te schrijven: een paar fouten mogen. Verder vragen de regels onder meer dat de hoofdzaken en belangrijke details duidelijk zijn, dat een langere tekst een duidelijke opbouw heeft en dat je de vaste formuleringen gebruikt die bij de tekst horen, zoals bij een brief.

    Belangrijke regels bij het nakijken

    • Geen adequaatheid, geen punten. Krijgt je tekst 0 punten voor adequaatheid, dan krijg je ook voor grammatica, spelling en de rest niets.
    • Neem geen hele zinnen over uit de opdracht. Een volledige zin die je letterlijk overschrijft, levert 0 punten op. Een deel van een zin overnemen mag wel.
    • De of het? Fouten mogen. Fouten met de en het zijn toegestaan. Vergeet je een lidwoord helemaal, dan telt dat wel als fout.
    • De woordvolgorde moet kloppen. Hier maken de regels geen uitzondering.
    • Extra zinnen kunnen punten kosten. Schrijf je iets wat niet gevraagd is en staan daar fouten in, dan tellen die fouten mee. Een extra zin zonder fouten levert niets op.

    Tips die uit de regels volgen

    1. Maak een lijstje. Schrijf op kladpapier alle punten op die de opdracht vraagt. Controleer aan het eind of alles in je tekst staat.
    2. Schrijf in je eigen woorden. Gebruik hoogstens delen van zinnen uit de opdracht.
    3. Controleer zelf je spelling. Er is geen spellingscontrole. Zoek twijfelgevallen op in je woordenboek.
    4. Let extra op de woordvolgorde. Fouten met de en het zijn minder erg dan een verkeerde woordvolgorde.
    5. Schrijf niet meer dan nodig. Extra zinnen met fouten kosten punten; extra zinnen zonder fouten leveren niets op.
    6. Verdeel je tijd. Je kiest zelf de volgorde. Houd genoeg tijd over voor de teksten, want die leveren de meeste punten op.
    7. Programma II: let op opbouw en leestekens. Gebruik witregels en waar het past tussenkopjes. Controleer hoofdletters, punten, komma’s en vraagtekens.

    Uitslag, herkansen en inzage

    Je punten worden omgerekend naar een vaardigheidsscore. Met 500 of hoger ben je geslaagd. Elk examen is anders, dus per examen is een ander aantal punten nodig voor 500. Een vast aantal punten of een percentage bestaat daarom niet. De uitslag is ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’ en komt ongeveer 3 tot 7 weken na het examen online. Je krijgt hem ook per e-mail en per post.

    • Niet gehaald? Je kunt je pas opnieuw aanmelden als je de uitslag hebt. Je betaalt opnieuw examengeld per onderdeel. Het examenreglement noemt geen maximum aantal pogingen. Onderdelen die je al hebt gehaald, blijven geldig.
    • Inzage: je ziet de vragen niet terug. Wel bewaart het CvTE je examen 6 maanden. In die tijd kun je schriftelijk vragen om te controleren of je examen goed is verwerkt.
    • Verliep het examen niet eerlijk of niet goed? Vraag dan uiterlijk 3 weken na het examen schriftelijk om een maatregel, via nt2@duo.nl.

    Aangepast examen: meer tijd

    Heb je een beperking of persoonlijke omstandigheden, zoals dyslexie? Dan kun je een aangepast examen aanvragen. Geef dat aan bij het aanmelden; daarna is een document van een specialist nodig. Schrijven duurt dan 150 minuten in plaats van 100. Het advies is om “niet meer dan 30 minuten voor de korte opdrachten” te gebruiken. Het aangepaste examen kan op een andere datum of plaats zijn.

    Op de examendag

    • Neem je oproepbrief, een geldig legitimatiebewijs met pasfoto en, als je wilt, je papieren woordenboek mee. Zonder geldig legitimatiebewijs kun je geen examen doen.
    • Wees een half uur eerder aanwezig om je aan te melden. Kom je te laat, dan mag je de examenzaal niet meer in.
    • Je telefoon, horloge en andere apparaten gaan uit en in een kluis. Een eigen pen of papier mag niet: je krijgt een pen en kladpapier.

    Gratis officieel oefenen

    Het CvTE heeft een gratis oefenomgeving, zonder inlog: oefenexamensnt2.nl. Daar vind je losse schrijfopdrachten voor programma I en II en complete examens. Uitleg staat op staatsexamensnt2.nl. Oefen op een computer en zonder spellingscontrole, net als bij het echte examen.

    Oefenen met feedback

    Een cursus is niet verplicht voor het staatsexamen, maar kan wel helpen om de taal goed te leren. Wil je weten hoe iemand je tekst leest die op dezelfde punten let als de beoordelaars? Bij TaalPro kun je in de lessen of in privéles schrijfopdrachten maken en feedback krijgen van een docent.

    Gratis intake

    Plan een gratis intake of stel je vraag via WhatsApp. We antwoorden in het Nederlands, Engels, Farsi of Dari.