In het kort
- Bij de getallen van 21 tot 99 zeg je in het Nederlands eerst de eenheid en dan het tiental: 21 is eenentwintig, dus ‘een-en-twintig’.
- Half acht betekent 7.30 uur, een half uur vóór acht; kwart over zeven is 7.15 uur en kwart voor acht is 7.45 uur.
- Bij een Nederlandse datum komt eerst de dag, dan de maand en dan het jaar: 03-04-2026 is 3 april 2026.
- De namen van de dagen en de maanden schrijf je in het Nederlands met een kleine letter, zoals maandag en januari.
Getallen heb je elke dag nodig: voor je leeftijd, een afspraak, je huisnummer of de prijs in de winkel. In deze les leer je tellen, de tijd zeggen en een datum lezen.
Tellen van 0 tot 20
| Getallen | Zo zeg je het |
|---|---|
| 0–5 | nul, een, twee, drie, vier, vijf |
| 6–10 | zes, zeven, acht, negen, tien |
| 11–15 | elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien |
| 16–20 | zestien, zeventien, achttien, negentien, twintig |
Bedoel je echt het getal 1, en kan dat verwarrend zijn? Schrijf dan één: Ik heb één broer.
Tientallen en grote getallen
| Getal | Zo zeg je het |
|---|---|
| 30, 40, 50 | dertig, veertig, vijftig |
| 60, 70 | zestig, zeventig |
| 80, 90 | tachtig, negentig |
| 100 | honderd |
| 1000 | duizend |
Van 21 tot 99 zeg je eerst de eenheid, dan en, dan het tiental:
- 21 = eenentwintig (een-en-twintig)
- 35 = vijfendertig
- 48 = achtenveertig
- 22 = tweeëntwintig en 23 = drieëntwintig: hier krijgt de e twee puntjes (ë).
Een getal schrijf je in letters aan elkaar tot en met duizend: 150 = honderdvijftig. Na duizend komt een spatie: 2026 = tweeduizend zesentwintig. Jaren vóór 2000 zeg je meestal in honderden: 1995 = negentienhonderdvijfennegentig.
Bij geld schrijf je een komma: € 2,50 zeg je als twee euro vijftig.
Hoe laat is het?
Bij de klok deel je het uur meestal in vieren:
| Tijd | Zo zeg je het |
|---|---|
| 7.00 | zeven uur |
| 7.05 | vijf over zeven |
| 7.15 | kwart over zeven |
| 7.20 | tien voor half acht |
| 7.30 | half acht |
| 7.40 | tien over half acht |
| 7.45 | kwart voor acht |
| 7.50 | tien voor acht |
- Half acht is 7.30 uur: een half uur vóór acht. Hoor je half, denk dan aan het volgende uur.
- Kwart over is een kwartier (15 minuten) na het hele uur: kwart over zeven = 7.15 uur.
- Kwart voor is 15 minuten vóór het hele uur: kwart voor acht = 7.45 uur.
- Je mag half acht ook aan elkaar schrijven: halfacht.
In een gesprek zeg je 19.30 uur meestal ook als half acht. Is het niet duidelijk, zeg dan half acht ’s ochtends of half acht ’s avonds. Op het station en in brieven zie je vaak 19.30 uur. Dat lees je als negentien uur dertig.
Vragen die je vaak hoort:
- Hoe laat is het? – Het is kwart over drie.
- Hoe laat begint de les? – Om half tien.
- Hoe laat staat u meestal op? – Om zeven uur.
Dagen, maanden en datums
- De dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
- De maanden: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december.
Je schrijft ze met een kleine letter. Bij een datum komt eerst de dag, dan de maand en dan het jaar:
| Voluit | Kort |
|---|---|
| 5 oktober 2026 | 05-10-2026 |
| 3 april 2026 | 03-04-2026 |
Let op: 05-10-2026 is dus 5 oktober, niet 10 mei.
Bij een datum zeg je meestal gewoon het getal: Mijn afspraak is op maandag 5 oktober. (Zeg: vijf oktober.)
- Wanneer bent u jarig? – Op 12 mei.
- Wat is uw geboortedatum? – 3 maart 1994.
Voor een plaats in een rij gebruik je: eerste (1e), tweede (2e), derde (3e), vierde (4e), twintigste (20e). Bijvoorbeeld: Ik woon op de derde verdieping.
Let op als je Farsi of Dari spreekt
- Half acht is 7.30 uur. In het Perzisch zeg je bij 7.30 uur ‘zeven en een half’. In het Nederlands denk je aan het volgende uur: half acht. Schrijf een afspraak voor de zekerheid op in cijfers.
- Eerst de eenheid. In het Perzisch zeg je bij 21 eerst ‘twintig’ en dan ‘een’. In het Nederlands is het andersom: eenentwintig. Luister dus goed bij prijzen en huisnummers.
- Een andere kalender. In Iran en Afghanistan gebruiken mensen vaak een andere kalender. In Nederland gebruik je altijd de kalender van januari tot en met december, met eerst de dag. Kijk je geboortedatum op formulieren dus goed na.
- Twee medeklinkers aan het begin. Zeg twee, drie, twaalf en twintig zonder klinker ervoor of ertussen.
- W en v. Vier en vijf beginnen met een v. Twee, twaalf en twintig hebben een w.
Oefen de tijd hardop met vragen als Hoe laat staat u meestal op? op MVV-examen oefenen. Je kunt dit ook oefenen in de A1-cursus of met de gratis woordenlijst A1 (thema Getallen en tijd).